Diabetes - Cholesterol FAQ

 

Instructies voor het bewaren van teststrips

  • Na het uitnemen van een strips, moet u het flesje meteen sluiten
  • U moet de strip voor het bloedprikken uit het flesje nemen en in de meter steken
  • Gebruik geen vervallen of beschadigde strips
  • De strips nooit blootstellen aan extreem hoge of lage temperaturen, of extreme vochtigheid

tension7

Instructies voor bloedafname

  • Lees de handleiding zorgvuldig voor u een eerste test uitvoert
  • De hand zo ontspannen mogelijk houden, indien men koude handen heeft wrijft men ze best warm..
  • De armen best enkele tijd laten hangen, dit vergemakkelijkt de bloedafname
  • Net als bij een bloeddrukmeting rust u best zo’n vijf minuten uit alvorens u aan het testen begint
  • De handen worden gewassen met water en zeep, of met alcohol, maar moeten zeer zorgvuldig worden afgedroogd. Zweet, zeep of alcohol kunnen verkeerde resultaten opleveren.
  • Druk het lancet stevig tegen de zijkant van een vinger en schiet het naaldje. Wissel dagelijks van prikplaats en van vinger.
  • De hand wordt tijdens het prikken best hoog gehouden, beste plaats is op harthoogte

Voor de cholesteroltest hebt u 15 μl nodig, een grote hangende druppel.

De eerste druppel bloed moet afgeveegd worden met een droge doek, voor de test zelf brengt u de tweede druppel aan op de reactiezone.

Die tweede druppel kan makkelijk verkregen worden door even op de vinger te drukken, melken van de vinger kan afwijkende testresultaten geven.

Om de juiste waarden te krijgen moet de bloeddruppel de reactiezone helemaal vullen.

Eens het bloed aangebracht mag u geen bloed meer bijvullen, want de meetresultaten zijn op dat ogenblik al gestart.

Bij twijfelachtige resultaten voert u een nieuwe test uit, maar zorgt u ervoor dat het hierboven beschrevene zorgvuldig wordt toegepast.

tension7

Wat is glycemie?

De glycemie is het glucose of suiker gehalte van het bloed.

Bij gezonde mensen wordt de glycemie strikt geregeld door de hormonen insuline en glucagon.

Als het bloedsuikergehalte verhoogt (bijvoorbeeld na een maaltijd), wordt dit geregistreerd door de pancreas die daarop insuline gaat uitscheiden. Dit insuline gaat de lichaamscellen ertoe aanzetten om glucose op te nemen zodat het suikergehalte in het bloed daalt.

Wanneer het glucose gehalte daalt, gaat de pancreas daarentegen het hormoon glucagon afscheiden. Dit hormoon zet de cellen ertoe aan om glucose uit te scheiden in de bloedbaan, zodat het gehalte van bloed glucose gehalte stijgt.

tension7

Diabetes/suikerziekte

Bij diabetes is er een verhoogde bloedsuikerspiegel. Dit kan ernstige gevolgen hebben.

Diabetes kan de bloedvaten beschadigen, met inbegrip van de arteriën die het hart en hersenen van bloed voorzien. Deze schade maakt het voor vet makkelijker vetafzettingen (plakken) te vormen in de arteriën. De aanmaak van arteriële plakken, een toestand die men atherosclerose noemt, kan de bloedtoevoer verstoppen en uw bloeddruk doen stijgen. Dit heeft als gevolg dat diabetici zijn veel meer vatbaar zijn om cardiovasculaire problemen te krijgen, zoals een hartinfarct, een beroerte (=hersenverlamming of herseninfarct), nierproblemen of problemen met de doorbloeding van de ledematen.

Het verhoogde risico op hartaanval en CVA is niet de enige bekommernis. Onvoldoende bloedstroom naar het hart geeft dikwijls harde en klare signalen: borstpijn of -druk, kortademigheid, pijn aan de kaak of aan de arm, braken, zweten of vermoeidheid — symptomen die vertellen dat er iets mis is.

Het is dus zeer belangrijk om diabetici te op te sporen en zo vlug mogelijk te behandelen.

Er bestaan twee types van diabetes: diabetes type 1 of insuline afhankelijke diabetes en diabetes type 2 of insuline onafhankelijke diabetes.

Type 1 diabetes wordt voornamelijk bij kinderen en adolescenten gezien. De pancreas is niet meer in staat om voldoende insuline te produceren. Deze insuline afhankelijke diabetes kan behandeld worden door insuline onderhuids te spuiten. Mensen met type 1 diabetes hebben vaak een zeer sterk dorstgevoel en plassen overmatig veel: dit wordt polyurie/polydipsie genoemd.

Type 2 diabetes is een aandoening van volwassenen en wordt veroorzaakt door de Westerse levensstijl en het hiermee gepaarde overgewicht. De lichaamscellen reageren niet meer voldoende op de insuline in het bloed. Men kan type 2 diabetes behandelen met medicatie en een aangepast en uitgebalanceerd dieet.

Wereldwijd lijden ongeveer 190 miljoen mensen aan diabetes. Men schat dat dit cijfer gaat stijgen tot 370 miljoen tegen het jaar 2030.

In België lijdt 1 op 20 volwassenen aan diabetes. Er zijn ongeveer 230.000 personen gediagnosticeerd met type 2 diabetes, maar men denkt dat er nog eens zoveel mensen zijn die de ziekte hebben en het niet weten.
In Nederland is bij ongeveer 300.000 mensen de diagnose diabetes gesteld.

Informatie over diabetes of suikerziekte.

tension7

Waarom de glycemie meten?

De diagnose van diabetes wordt gesteld door het meten van de glycemie.

Omdat veel mensen met type 2 diabetes nog niet gediagnosticeerd zijn, is het belangrijk om het bloedsuikergehalte te meten bij risicogroepen, zoals zwaarlijvigen.

Het is uiterst belangrijk om de glycemie regelmatig te controleren bij diabetici. Indien de glycemie slecht geregeld is, moet men de behandeling aanpassen. Een slecht geregelde glycemie kan immers aanleiding zijn tot hart- en vaatziekten.

tension7

Wat is cholesterol?

Cholesterol is een levensnoodzakelijke molecule: zonder cholesterol gaan we dood.

Cholesterol is een vet-achtige stof die nodig is voor de opbouw van de celwand van alle lichaamscellen. Tevens is de molecule nodig voor de productie van vele lichaamshormonen, zoals de geslachtshormonen testosteron en oestrogeen, en het speelt een belangrijke rol in de spijsvertering.

Cholesterol wordt voornamelijk in het lichaam zelf aangemaakt, maar het kan ook uit de voeding worden opgenomen.

Het cholesterolgehalte in het bloed wordt de cholesterolemie genoemd.

Soorten cholesterol

Men spreekt wel eens van "goede cholesterol" en "slechte cholesterol". In feite is het zo dat de molecule cholesterol niet oplosbaar is in water (het is immers een vet). Om het in de bloedbaan te kunnen transporteren moet het dus wateroplosbaar gemaakt worden. Het lichaam doet dit door de cholesterol moleculen in te pakken in een mantel van eiwitten of lipoproteïnen. Naargelang de omgevende lipoproteïnen kunnen we cholesterol zo indelen in LDL cholesterol en HDL cholesterol. Cholesterol komt ook nog onder andere vormen voor in het lichaam: VLDL cholesterol en chylomicronen.

Slechte Cholesterol

LDL cholesterol is de "slechte cholesterol". Onder deze vorm worden de cholesterolmoleculen naar de weefsels getransporteerd. Hoe hoger het gehalte aan LDL cholesterol, hoe meer kans men heeft op cardiovasculaire aandoeningen.

Goede Cholesterol

HDL cholesterol of "goede cholesterol" is de vorm die van de weefsels naar de lever gaat. HDL cholesterol wordt in de lever verwerkt tot gal. De gal wordt uitgescheiden in de darm en verdwijnt met de ontlasting.

Triglyceriden

Triglyceriden zijn geen cholesterol, maar vetten. Ze bestaan uit glycerol waarop 3 vetzuren gebonden zijn.

Hoge gehaltes aan triglyceriden komen vaak samen voor met hoge cholesterolgehaltes en zijn ook gelinkt aan een verhoogd voorkomen hart- en vaatziektes.

tension7

Waarom het cholesterolgehalte meten?

Een hoge cholesterol of hypercholesterolemie is in de meeste gevallen symptoomloos: men heeft geen klinische tekens van een hoog bloedcholesterolgehalte.

Het belang van een te hoge cholesterol schuilt echter in het risico dat het met zich meebrengt: hoge cholesterol vergroot enorm het voorkomen op cardiovasculaire aandoeningen zoals hartinfarct en beroerte.

Dit risico wordt ook verhoogd door andere veel voorkomende aandoeningen en leefgewoontes, zoals o.a. hoge bloeddruk, diabetes, obesitas (overgewicht), roken en alcohol.

Hypercholesterolemie of een hoog gehalte aan cholesterol in het bloed is één van de meest voorkomende aandoeningen in het Westen: in de Verenigde Staten alleen al zijn er meer dan 100 miljoen mensen met een te hoog cholesterol gehalte op een totale bevolking van 250 miljoen!

Een te hoog cholesterolgehalte in het bloed komt in het overgrote merendeel van de gevallen door een verkeerde voeding. Indien men veel verzadigde vetten eet kan de cholesterolemie stijgen. Nauw hiermee verwant ziet men dan ook vaak hypercholesterolemie bij obese mensen.

Er schijnt ook een familiale aanleg te zijn voor hypercholesterolemie en het cholesterol gehalte in het bloed is ook hoger bij mannen en bij vrouwen na de menopauze. Oudere mensen hebben ook een hogere cholesterol.

Hypercholesterolemie wordt ook wel eens dyslipidemie genoemd: een slechte verhouding tussen het gehalte van de verschillende lichaamsvetten. Dit is eigenlijk een juistere benadering, gezien er verschillende soorten cholesterol zijn en het voornamelijk de "slechte cholesterol" is die niet te hoog mag zijn.

Roken vermindert de goede cholesterol.

Bij diabeten ziet men vaak een stijging van slechte en een daling van de goede cholesterol.

tension7

... en wat met hypertensie?

Hypertensie of hoge bloeddruk is eveneens een risicofactor voor hart- en vaatziekten.

Het merendeel van de diabeten heeft tevens een te hoog cholesterolgehalte en een te hoge bloeddruk. Dit verhoogt het risico op hart- en vaatziekten exponentieel.

Het is dus uitermate belangrijk om al deze aandoeningen op te sporen en de alle risicofactoren te behandelen.

Voor meer informatie over hypertensie verwijzen we naar onze bloeddruk FAQ.

tension7

Hart- en vaatziekten

Hart- en vaatziekten of cardiovasculaire ziekten zijn sinds jaar en dag doodsoorzaak nummer 1 in de Westerse wereld. Ongeveer een derde van alle overlijdens in West-Europa wordt veroorzaakt door hart- en vaatziekten. Dat het niet enkel een ziekte is voor oudere mensen blijkt uit het feit dat één op tien overlijdens tgv hart- en vaatziektes optreden bij mensen jonger dan 65 jaar. Vandaar het belang dat aan de risico factoren voor deze ziekten wordt besteed!

Hart- en vaatziekten worden voornamelijk veroorzaakt door voortdurende (kleine) beschadigingen van de bloedvatwanden. Door deze schade kunnen uiteindelijk (na verloop van jaren) verstoppingen optreden met mogelijks fatale gevolgen.

Deze verstoppingen treden voornamelijk op ter hoogte van goed doorbloede organen (meer bloedvaten: meer kans dat er één verstopt geraakt). Men ziet deze gevolgen dan ook voornamelijk in de hersenen (beroerte), in het hart (infarct) en in de benen ('etalagebenen').

Zoals reeds aangehaald zijn de belangrijkste oorzaken van deze kleine beschadigingen die hart- en vaatziekten veroorzaken, hypertensie, hypercholesterolemie en diabetes, maar ook roken hoort thuis in dit lijstje.

Alcohol, grote tailleomtrek en een sedentair leven verhogen eveneens het risico op deze ziektes.

Ook het voorkomen van cardiovasculaire ziekten in de familie verhoogt het risico.

Hoe meer risicofactoren men heeft, hoe hoger de kans op het krijgen van een hart- en vaatziekte. De combinatie van verschillende risicofactoren blijkt veel gevaarlijker te zijn dan elke risico factor apart. Zo heeft bijvoorbeeld iemand die een beetje te dik is met een licht gestegen cholesterol gehalte en een licht verhoogde bloeddruk een veel groter risico op het krijgen van hart- en vaatziekten dan iemand met een zeer erg verhoogde bloeddruk, maar een normaal lichaamsgewicht en een goede cholesterol.

Om een idee te geven van de ernst van de situatie: België heeft 10 miljoen inwoners, waarvan er:

  • 230.000 (of 2,3% van de bevolking) diabetes hebben en nog eens zoveel de ziekte hebben zonder het te weten (dus in totaal 4,6% van de bevolking of 460.000 mensen)
  • 1.200.000 (of 12% van de bevolking) bekend zijn met hoge bloedruk en naar schatting nog eens zoveel ook verhoogde bloeddruk hebben zonder het te weten
  • 3.300.000 (of 33% van de bevolking) overgewicht hebben
  • 2.800.000 (of 28% van de bevolking) elke dag roken
  • 5.000.000 (of 50% van de bevolking) onvoldoende bewegen

Voor Nederland zijn de percentages van mensen met diabetes, roken, overgewicht, hoge cholesterol en hoge bloeddruk vergelijkbaar.

tension7

Behandeling van Diabetes: hoe levensstijl en dagelijkse routine de bloedsuiker beïnvloeden

De behandeling van Diabetes vereist bewustzijn. Weet wat uw bloedsuiker doet stijgen of dalen en hoe deze factoren dag na dag te controleren.
Wanneer het de behandeling van diabetes betreft, is de bloedsuikercontrole meestal het centrale thema. Uw bloedsuikerspiegel binnen het vooropgestelde doel houden kan u helpen om een lang en gezond leven te leiden met diabetes. Maar weet u wat uw bloedsuikerspiegel doet stijgen en dalen? De lijst is soms verrassend!

Voeding

Gezond eten is de hoeksteen van eender welk behandelingsplan van diabetes. Maar het is niet alleen wat u eet wat uw bloedsuikerspiegel beïnvloedt. Maar ook hoeveel u eet en wanneer is van belang.

Wat u moet doen:

  • Consequent zijn. Uw bloedsuikerspiegel is het hoogst één à twee uur nadat u at en begint dan te dalen. Maar dit voorspelbaar patroon kan in uw voordeel werken. Eenvoudig door iedere dag dezelfde hoeveelheid voedsel te eten op hetzelfde tijdstip kan u helpen om uw bloedsuikerspiegel te controleren.
  • Verdeel uw koolhydraten gelijkmatig. Koolhydraten hebben een grotere impact op uw bloedsuikerspiegel dan proteïnen of vetten. Dezelfde hoeveelheid koolhydraten eten bij iedere maaltijd of snack zal u helpen om uw bloedsuikerspiegel stabiel te houden gedurende de dag.
  • Coördineer uw maaltijden en medicatie. Te weinig voedsel in verhouding tot uw diabetesmedicatie — vooral insuline — kan resulteren in een gevaarlijk lage bloedsuiker (hypoglycemie). Te veel voedsel kan oorzaak zijn van een te hoge stijging van uw bloedsuikerspiegel (hyperglycemie). Uw diabetes gezondheidsteam kan u helpen bij het opmaken van de balans.

Oefenen

Lichamelijke activiteit is een andere voornaam deel van uw diabetes behandelingsplan. Wanneer u oefent gebruiken uw spieren suiker (glucose) voor energie. Regelmatige lichamelijke activiteit verbetert eveneens uw lichaamsrespons tegenover insuline. Deze factoren werken samen om uw bloedsuikerspiegel te verlagen. Hoe zwaarder uw training, hoe langer het effect duurt. Maar zelfs lichte activiteiten — zoals huishoudelijk werk, tuinieren of gedurende langere periodes te been zijn  — kunnen uw bloedsuikerspiegel verlagen.

Wat u moet doen:

  • Vraag het akkoord van uw arts om te oefenen. Dit is vooral belangrijk indien u inactief bent geweest en de bedoeling hebt om te starten met regelmatig oefenen.
  • Pas uw diabetes behandelingsplan aan indien nodig. Indien u insuline gebruikt, kan het nodig zijn uw dosis insuline aan te passen alvorens u gaat oefenen of wacht enkele uren na de insuline inspuiting. Of uw arts kan u aanraden uw diabetes behandelingsplan te wijzigen.
  • Oefen verstandig. Controleer uw bloedsuikerspiegel voor, tijdens en na het oefenen, vooral als u insuline gebruikt of medicatie die een lage bloedsuiker kan veroorzaken. Drink veel tijdens uw training. Stop met oefenen indien u waarschuwingstekenen ondervindt, zoals een ernstige kortademigheid, duizeligheid of borstpijn.

Medicatie

Insuline en andere diabetes medicaties zijn ontworpen om uw bloedsuikerspiegel te doen dalen. Maar de doeltreffendheid van deze medicaties hangt af van de timing en de omvang van de dosis. En eender welke andere medicatie die u neemt voor andere aandoeningen dan uw diabetes kunnen uw bloedsuikerspiegel eveneens beïnvloeden.

Wat u moet doen:

  • Bewaar de insuline zoals het moet. Insuline die niet correct bewaard wordt of zijn vervaldatum overschreed kan niet werkzaam zijn.
  • Rapporteer uw problemen aan uw arts. Indien uw diabetes medicatie er oorzaak van is dat uw bloedsuikerspiegel te laag zakt, is het nodig om de dosis of het tijdstip aan te passen.
  • Wees voorzichtig met nieuwe medicaties. Indien u een over-the-counter medicatie overweegt of uw arts schrijft u een nieuw medicament voor voor de behandeling van een andere aandoening — zoals hoge bloeddruk of hoge cholesterol — vraagt u best aan uw arts of apotheker of de medicatie uw bloedsuikerspiegel kan beïnvloeden. Soms kan een andere medicatie worden aanbevolen.

Ziekte

Wanneer u ziek bent, produceert uw lichaam hormonen die de ziekte helpen bestrijden. Deze hormonen verhogen uw bloedsuikerspiegel door te verhinderen dat de insuline effectief werkt. Dit kan helpen bij het stimuleren van de genezing — en uw diabetes behandelingsplan volledig in de vernieling helpen.
Wat u moet doen:

  • Plan vooruit. Werk samen met uw gezondheidsteam om een ziektedag plan te creëren. Voeg instructies  toe welke medicaties moeten genomen worden, hoe dikwijls u uw bloedsuiker en urine keton niveau moet meten, hoe uw insulinedosis aan te passen indien u insuline nodig heeft en wanneer u uw arts moet roepen.
  • Houdt u aan uw diabetes maaltijdplan. Indien mogelijk  zal eten zoals u gewoonlijk doet helpen uw bloedsuikerspiegel te controleren.
  • Controleer de suikerinhoud van over-the-counter medicaties. Vele hoestsiropen en andere verkoudheidbereidingen hebben een hoog suikergehalte? Vraag uw arts of apotheker om advies.

Alcohol

De lever geeft normaal opgeslagen suiker vrij om de dalende bloedsuikerspiegels te neutraliseren. Maar indien uw lever bezig is met het metaboliseren van alcohol, kan het zijn dat uw bloedsuikerspiegel niet de hulp krijgt die hij nodig heeft. Indien u insuline of orale diabetes medicaties gebruikt, kan zelfs een kleine hoeveelheid van 60 ml alcohol — het equivalent van twee drankjes — een lage bloedsuiker veroorzaken.

Wat u moet doen:

  • Vraag het akkoord van uw arts voor het drinken van alcohol. Alcohol kan diabetes complicaties verergeren, zoals zenuwbeschadiging en oogziekten. Maar indien uw diabetes onder controle is en uw arts ermee akkoord gaat is een occasionele alcoholische drank bij een maaltijd OK.
  • Kies uw drank zorgvuldig. Licht bier of droge wijnen hebben minder calorieën en koolhydraten dan andere alcoholische dranken. Indien u gemengde dranken verkiest, blijf dan bij suikervrije mengsels — zoals dieet soda, dieet tonic, club soda of mineraalwater.
  • Houd uw calorieën bij. Onthoud het inbrengen van de calorieën van eender welke alcohol u drinkt in uw dagelijkse calorierekening.

Hormoonspiegels

Zoals uw hormonenspiegels kunnen fluctueren tijdens uw menstruatiecyclus, kunnen ook uw bloedsuikerspiegels fluctueren— speciaal in de week voor uw periode. De menopauze kan eveneens fluctuaties uitlokken in uw bloedsuikerspiegel.

Wat u moet doen:

  • Zorg voor patronen. Houd nauwgezet uw maandelijkse bloedsuikermetingen bij. Vrij vlug zal u in staat zijn om fluctuaties te kunnen voorspellen die gekoppeld zijn aan uw menstruatiecyclus.
  • Pas uw diabetes behandelingsplan aan indien nodig. Uw arts kan wijzigingen aanbevelen in uw maaltijdplan, activiteitniveau of diabetes medicatie voor het compenseren van uw maandelijkse bloedsuikerschommelingen

Stress

Indien u gestresseerd bent, verlaat u gemakkelijk uw gebruikelijke diabetes behandelingsroutine. U kan minder oefenen, minder gezonde voeding eten of uw bloedsuiker minder testen — en daardoor de controle over uw bloedsuiker verliezen. De hormonen die uw lichaam kunnen produceren als antwoord op een aanhoudende stress kunnen verhinderen dat  de insuline op de juiste manier werkt, die de dingen alleen maar moeilijker maakt.

Wat u moet doen:

  • Zorg voor patronen. Noteer uw stressniveau op een schaal van één tot tien telkens u uw bloedsuikerspiegel noteert. Een patroon zal spoedig bovenkomen.
  • Neem de leiding in handen. Eens u weet hoe stress uw bloedsuikerspiegel beïnvloed, vecht u terug. Leer relaxatie technieken aan. Leg prioriteiten in uw taken. Bepaal limieten. En het meest belangrijke: zorg goed voor u zelf.

Hoe meer U weet over de factoren die uw bloedsuikerspiegel beïnvloeden, hoe meer u kan anticiperen op fluctuaties en bijgevolg vooruit plannen. Indien u problemen hebt om uw bloedsuikerspiegel binnen de vooropgestelde doelen te houden, vraagt u best hulp aan uw diabetes gezondheidsteam.

tension7