Lactaat FAQ

Waarom lactaat meten bij sportbeoefening?

Via een lactaattest kan bepaald worden welk energiesysteem bij elke hartslagwaarde verantwoordelijk is voor de energieproductie.

Wat is melkzuur?

Melkzuur is een chemische stof die, bij verschillende biologische processen, in het menselijk lichaam vrijkomt. Het is dit zuur dat zich bij zware inspanning door de anaërobe afbraak van suikers in de spieren ophoopt en voor tijdelijke spierpijn zorgt, die dikwijls eindigt met krampen.

Wat is lactaat?

Lactaat is de zuurrest van melkzuur, het eindproduct uit het glucosemetabolisme onder zuurstofarme omstandigheden (anaërobe glycolyse) en levert energie aan skeletspieren tijdens zware inspanning. Lactaat is een weergave van de mate van weefseloxygenatie. Bij zuurstoftekort wordt er veel lactaat gevormd.

Wat is een lactaattest?

Een specifieke sporttest onder specifieke trainingsomstandigheden: een looptest op de piste voor lopers, een fietstest op de eigen fiets voor wielrenners en wielertoeristen en een zwemtest voor zwemmers.

Zowel voor de loop-, fiets- als zwemtest doet men 4 tot 6 herhalingen. Een hartslagmeter is absoluut noodzakelijk.

  • Looptest: 4 à 6 x 1200m op de atletiekpiste. Elke herhaling aan een hogere hartslag.
  • Fietstest: 4 à 6 herhalingen van 4 à 5 km op de openbare weg op eigen fiets.

Elke herhaling aan een hogere hartslag.

  • Zwemtest: 4 x 400m aan telkens hogere snelheid.

Voor de laktaatmeting moet men een bepaalde afstand afleggen, waarbij de hartslag tussen bepaalde waarden gehouden wordt.

Hoe doet men een lactaattest?

Voor fietsen start men met 5 km, waarbij de hartslag tussen 120 en 125 slagen per minuut moet blijven. Na 5 km neemt men een bloedstaaltje via een vingerprik, de bloeddruppel wordt op de testrip aangebracht die al in het meettoestelletje ‘The Edge” zit en de laktaatwaarde verschijnt op de display en wordt in het geheugen opgeslagen.
De proefpersoon vertrekt voor een nieuwe rit van 5 km, maar nu moet de hartslag tussen 130 en 135 slagen per minuut gehouden worden. Na die tweede omloop van 5 km herhaalt men de test zoals hierboven beschreven
Daarna vertrekt men opnieuw voor 5 km en houdt men de hartslag tussen de 140 en de 145, waarna opnieuw een lactaattest wordt afgenomen. Op die manier fietst men telkens 5 km, aan een steeds stijgende intensiteit. De bedoeling is dat men 5 à 6 laktaatwaarden bepaalt. Op die manier kan de verzuringscurve uitgetekend worden en kan de overslagpols bepaald worden.
De test wordt geanalyseerd door een inspanningsfysioloog, die de overslagpols als basis neemt voor het opstellen van een individueel aangepast trainingsschema.
De inspanningsfysioloog bepaalt op basis van de testresultaten de huidige conditie en berekent hartslagzones voor de verschillende trainingsvormen. Hij adviseert hoe men de training het best aanpakt of bijstuurt om een betere conditie te krijgen of tot betere prestaties te komen.

Zowel voor recreant als competitiesporter is de lactaattest een uitstekend middel om de training optimaal te laten verlopen, overtraining te vermijden en het maximum uit de eigen mogelijkheden te halen!
Voor lopen en zwemmen wordt hetzelfde testprincipe gehanteerd, maar hier meet men de lactaatwaarden respektievelijk om de 1200 m lopen en de 400m zwemmen.

Bij teamsporten en individuele sporten zoals tennis, wordt eveneens een looptest gebruikt om de conditie te evalueren.

Meestal wordt een lactaattest gebruikt om een indruk te krijgen  van de uithouding van de testpersoon. Het is echter ook mogelijk om de anaërobe capaciteiten (weerstand) via een lactaattest te bepalen.

Bloed uit een vingertop

Voorzorgsmaatregelen

Voor de bloedafname moeten de handen en de vingers zeer goed afgedroogd worden, want zweet heeft een negatieve invloed op de lactaatresultaten

Prikken

Met een scherp naaldje wordt een gaatje geprikt in de top van een van de vingers. Daar komt dan een druppel bloed uit die wordt opgevangen op een strip. Als er te weinig bloed uit komt, wordt er op de vinger geduwd om het eruit te drukken. Hoe warmer de handen zijn, hoe makkelijker het gaat. Het naaldje wordt maar een keer gebruikt en daarna vernietigd.

Waarom een lactaattest uitvoeren?

Voor een sporter is het uithoudingsvermogen en de trainingstoestand van primordiaal belang voor zijn prestaties. Via een lactaattest kan vastgesteld worden hoe het lichaam de energie levert die nodig is voor het leveren van een bepaalde inspanning.
Op basis van die resultaten kan men interpreteren hoe het met de conditie gesteld is, om op die manier de trainingen te optimaliseren om zo de conditie en prestaties te verbeteren.
Om te lopen, te fietsen, te zwemmen, kortom om te sporten, moet het lichaam energie produceren. Het heeft daarvoor 2 systemen beschikbaar: het aëroob systeem (uithouding) en het anaëroob systeem (weerstand).

Aëroob systeem

Het lichaam produceert energie door verbranding via zuurstof van suikers en vetten uit de voeding. De zuurstof komt in het lichaam via de ademhaling en wordt via de bloedsomloop naar de actieve spieren gebracht.
Loopt men vlugger, dan heeft men meer energie en dus ook meer zuurstof nodig. Gevolg hiervan is dat de ademhaling versnelt en de hartslag verhoogt. Dit mechanisme start om per minuut meer zuurstof te kunnen opnemen, waardoor per minuut ook meer suikers of vetten verbrand worden om op die manier meer energie te kunnen leveren.
Het aëroob systeem heeft een vrij grote capaciteit, aangezien er een vrij grote voorraad aan suikers en vetten is en er voortdurend verse zuurstof aangevoerd kan worden.
Omdat er geen schadelijke afvalstoffen bij dit proces vrijkomen, kan deze vorm van energieproductie zeer lang volgehouden worden, vandaar ook de naam uithouding.

Anaëroob systeem

Bij sommige inspanningen heeft het lichaam zoveel energie nodig, dat het aëroob systeem de vraag niet kan bijbenen. Bij een korte maximale inspanning van minder dan 2 minuten heeft het aëroob systeem niet de tijd om zich aan te passen. Ademhaling en hartslag kunnen niet meteen naar een hogere versnelling gebracht worden, waardoor onvoldoende zuurstof aangevoerd wordt om via verbranding de nodige energie te produceren. Het lichaam kiest dan zelf voor een vorm van energieproductie zonder zuurstof. Nadeel hiervan is dat het schadelijke lactaat wordt aangemaakt, de zuurrest van melkzuur. Wanneer de geproduceerde hoeveelheid melkzuur te groot wordt, kan de inspanning niet langer worden volgehouden.
Bij een langdurige inspanning, waarbij het aëroob systeem, de ademhaling en de hartslag wel op volle toeren draaien, kan de intensiteit zo hoog oplopen dat de vraag naar energie de capaciteit van het aëroob systeem overtreft. Hartslag en ademhalingsritme kunnen immers niet onbeperkt blijven stijgen. Op dat moment zorgt het anaërobe systeem voor de nodige extra energie, waardoor eveneens melkzuur geproduceerd wordt. Wanneer de inspanning te intens wordt of te lang duurt, zal ze uiteindelijk moeten afgebroken worden, omwille van de opstapeling van melkzuur.

Wat is de anaërobe drempel?

De anaërobe drempel is het punt waarop het lichaam tijdens een  inspanning van aërobe glycolyse (verbranding van suikers) overgaat naar anaërobe glycolyse, waarbij deze suikers niet meer worden verbrand, maar door het gebrek aan zuurstof worden gesplitst in melkzuur.
Het effect treedt op wanneer de belasting zo zwaar is dat het lichaam niet meer in staat is via de verbranding van vet of suikers de hoeveelheid gevraagde energie te leveren en overschakelt naar melkzuurvorming, waarmee sneller energie kan worden geleverd. Eenmaal voorbij de anaërobe drempel hoopt het melkzuur zich op, wat het bekende brandende, 'verzuurde' gevoel geeft.
Vooral voor duursporters is de anaërobe drempel interessant: zolang zij onder deze drempel blijven is er geen ophoping van melkzuur en kunnen zij hun sportactiviteit volhouden.
Bij lage belasting wordt melkzuur als brandstof gebruikt voor aërobe energievoorziening, daarom is lichte belasting de beste manier om, na een zware inspanning, zo snel mogelijk van het melkzuur af te komen.

Andere mogelijke toepassingsgebieden:

Differentiaaldiagnose bij metabole acidose zoals bij:

  • Vaststellen van de hoeveelheid weefseloxygenatie tijdens metabole- en shockomstandigheden en tijdens afgenomen bloedcirculatie.
  • Comateuze condities, leverfalen en intoxicaties (alcohol, paracetamol).
  • Incorrecte indicatie van biguaniden (o.a. metformine) bij type 2 diabeten. Onderdeel van de primaire screening bij verdenking op aangeboren metabole stofwisselingsziekten zoals myopathieën (glycogenosen)
  • Aangeboren enzymopathieën zoals bij organische acidurieën, ureumcycluseffecten (bloedammoniakmeting) en vetzuuroxidatiedefecten. Perinatale asphyxie waarbij tevens een bloedgaswaarde wordt mee bepaald in foetale hoofdhuidmonsters en/of navelstrengbloed.